• Langelermaatweg 244, 7553 JK Hengelo
  • 074 - 80 80 222
  • info@omroeplogos.nl
  • KVK-nummer: 41029584

Doorbladeren

Doorbladeren

Doorbladeren…

Onlangs werden twee mensen teleurgesteld in de kerk.
De ene was flink de fout in gegaan maar had dat opgebiecht en zijn leven gebeterd. Ondanks dat werd deze persoon door een oudste bij een koffieochtend van de kerk de toegang geweigerd. Er speelde nog een heleboel en de persoon in kwestie was nog lang niet in het reine met degene naar wie hij in de fout toe was gegaan. Deze persoon verliet deze kerk en kwam er niet meer terug, zocht en vond een andere plek, bezocht niet alleen de diensten maar ook een gespreksgroep waar hij zijn moeite deelde. Dat werd niet op prijs gesteld en hij ging weer op zoek, teleurstelling op teleurstelling.

De andere had vreselijke dingen meegemaakt waardoor haar relatie met God en de kerk ingrijpend was veranderd. In het pastoraat vond zij geen erkenning van haar moeite en uiteindelijk verliet zij, vanuit een stuk zelfbescherming, die kerk. Zij ging op zoek en vond een andere gemeente. Met haar kwetsbare geloof ging zij naar een gespreksgroep. Zij was eerlijk over haar twijfel en scepsis maar kreeg aan het einde van het seizoen een behoorlijke tik over de vingers: “Als jij met je verhaal en je mening komt heb ik niks meer aan die gespreksavond!”. De persoon die dit zei kreeg bijval uit de groep. En zo raakte deze vrouw teleurgesteld in de kerk waar zij een nieuw geloofsthuis hoopte te vinden en nam afscheid van de gespreksgroep om niet nog meer beschadigd te worden. Ook de weg naar de bijbehorende kerk werd een stuk moeilijker.

Twee mensen met verschillende verhalen maar met een gemeenschappelijke ervaring van teleurstelling. Teleurstelling in mensen die staan voor een instituut waar juist beschadigde mensen hun heil zouden moeten kunnen zoeken en vinden.

Dat woordje “heil” is familie van “heel”. Daar komt ons woord heiland vandaan; heelmaker. Wij, als open brief van de grote Heelmaker laten het regelmatig afweten, die conclusie durf ik best te trekken. Misschien is het daarom goed om hier nog eens heel kort mijn verhaal en de gevolgen daarvan op geloofsgebied te vertellen. Niet om het verhaal zelf maar om begrip te kweken. Ik hoop dat u daartegen kunt want deze zomereditie van Logos-Info wordt er een stuk minder zonnig door. Nou ja, u kunt altijd nog doorbladeren wat dan weer een luxe is die ik mij niet kan veroorloven.

In 2012 kreeg mijn zoon botkanker, na een jaar van helse behandelingen leek het goed te gaan. Maar toch, de kanker kwam binnen de kortste keren terug en was, ondanks experimentele behandeling niet te stoppen. Mijn zoon overleed in 2015 op 17-jarige leeftijd.

In die eerste tijd kwam mijn gevoelsmatige geloofsleven in een storm terecht. Maar het geloofsschip bleef wel drijven. Natuurlijk veranderde er het nodige maar alles was nog min of meer normaal en ik schreef al het goede dat ik meemaakte aan God toe. Toen de kanker weer terugkwam beschadigde het schip verder, ik wist dat de experimentele behandeling maar een minieme kans bood. Het goede dat ik meemaakte kon ik veel minder aan God toeschrijven.

Wat is een vriendelijk woord of een fijne geschonken vakantie immers in vergelijking met je kind dat bijna zeker zal gaan overlijden. Natuurlijk ben je er dankbaar voor maar waarom schenkt God dat wel maar krijg je geen genezing, datgene dat je juist het hardst nodig hebt? Geloven werd meer een zaak van verstand dan van gevoel.

Toen we hoorden dat overlijden onafwendbaar was verging het schip en bleef

er een brokstuk over, een brokstuk waar ik niets van begreep. God als brokstuk. Ik hoop niet dat u mij dit kwalijk neemt, ik bedoel het absoluut niet godslasterlijk.

Ik had twee keuzes. Ik kon enorm kwaad worden op dat brokstuk en het ver van me afgooien maar dat zou betekenen dat ik zeker zou verdrinken, geen enkel houvast meer in de storm. De tweede keuze was de mijne, een heel verstandelijke keuze. Ik kon me vasthouden aan dat brokstuk en hopen dat ik niet zou verdrinken. Dat kon ik alleen maar doen door er vast van overtuigd te zijn dat het Brokstuk niets met de ziekte van mijn zoon te maken had, tenminste niet in de zin dat Hij ervoor verantwoordelijk was. Maar natuurlijk is er schade bij mij, bij die mensen die ik in het begin noemde, die ook exceptionele dingen moesten meemaken. Zij werden tot outcasts, bij mij, maar daar hebben we het nu niet over, liep het anders.

Hoe gaan we, vanuit ons geloof om met potentiële outcasts? Is ons geloof alleen maar feel good en bladeren we snel door als we mensen tegenkomen die beschadigd zijn door het leven? Wat doen we met mensen die niet kunnen doorbladeren?

What would Jesus do?

Jan Willem Docter